Ineke van de Craats

Ineke van de Craats

Taalwetenschapper (RUL; promotie UvT; docent Radboud universiteit) en taaldocent (NT2 en Alfa-NT2); medeoprichter van het tijdschrift Alfa-nieuws (1998-2012) en van het internationale LESLLA forum in 2005; voordrachten en artikelen in binnen- en buitenland. Nu 11 jaar met actief pensioen, waaronder het werken aan DigLin.

Dr.

Maak kennis met Ineke

Meer over de Spreker

Gefascineerd door de vraag hoe volwassenen een nieuwe taal leren buiten de directe sturing van een docent heb ik onderzoek gedaan naar de taalontwikkeling van laagopgeleide Turkse en Marokkaanse leerders van het Nederlands. In de beginfase bleek de moedertaal daarbij van grote invloed en de vorderingen bescheiden. Hoe krijg je voor elkaar dat een leerder tot betere resultaten komt? Als docent ervaar je dat je je beginners niet kunt benaderen als individuen die echt begrijpen wat je uitlegt. Dat wordt nog versterkt als het leerlingen zijn die niet kunnen lezen en schrijven in geen enkel schrift. Je kunt niet uitleggen - en je moet dat ook niet doen - hoe een alfabetisch schrift werkt, als je geen gemeenschappelijke taal hebt. Je moet het hen zelf laten ervaren. Toch is die gemeenschappelijke taal er wel: in de wereld van klanken en beelden, precies zoals een kind zijn moedertaal leerde. Die fase hoort aan het begin van ieder taalverwervingsproces te staan. In praktijk en theorie heb ik gezien dat in het taalonderwijs die fase vaak overgeslagen of slechts summier uitgevoerd wordt. Een volwassen leerder moet dat proces versneld doorlopen. Dat kan mits er extra middelen beschikbaar zijn. Behalve beeld en geluid, heb je ook een superieure manier van feedback nodig en veel herhaling. Ik heb daar zelf ook mee geëxperimenteerd, maar je hebt daarvoor eigenlijk een “NT2 lab” nodig waar je ieder detail kunt testen en iemand zoals Jan Deutekom die bouwers aanstuurt. Dat een ver doorgevoerde feedback in een interactieve leeromgeving, waar luisteren en kijken als primair proces gerealiseerd kan worden, zozeer tot motivatie leidt, hebben we te danken aan de technologie, de kunst om de meest effectieve werkvormen te creëren, door te observeren en te praten met iedereen die met DigLin+ werkt.

Met trots ondersteund door